wetzoeker

Wijzigingswet Werkloosheidswet, enz. (vrijwillige verzekering voor personen werkzaam in het buitenland)

Wet van 23 november 1992, tot wijziging van een aantal sociale verzekeringswetten inzake vrijwillige verzekering voor personen werkzaam in het buitenland

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-03-1997
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0005735
Versie
1997-03-01_0
SHA-256 bron
77f20b15e1ac139f7c90cc78b347a4c75b8184317c95333764148abf145cda15

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

1 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige verzekering bedoeld in Hoofdstuk IV van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) of tot de vrijwillige verzekering bedoeld in Hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) toe de persoon jonger dan 65 jaar, die in Nederland woont en die op de dag waarop deze wet in werking treedt, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel i, van de Ziektewet of artikel 81, eerste lid, onderdeel i, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

2 Een verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering als bedoeld in het eerste lid dient te worden ingediend binnen twaalf weken na de dag, waarop deze wet in werking treedt.

3 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd te verklaren, dat een verzoek om toelating, ingediend na afloop van de in het tweede lid gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.

4 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen doet de vrijwillige verzekering als bedoeld in het eerste lid aanvangen op de dag van ontvangst van het verzoek tot toelating.

5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag ingevolge dit hoofdstuk dient te worden gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding van de wet waarbij dit lid werd ingevoegd.

Artikel VII

1 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering, bedoeld in Hoofdstuk III van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) en de vrijwillige verzekering bedoeld in Hoofdstuk IV van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) of tot de vrijwillige verzekering bedoeld in Hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) toe de persoon jonger dan 65 jaar, die op de dag, waarop deze wet in werking treedt, werkzaam is als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel b, c en d van de Werkloosheidswet en artikel 64, tweede lid, onderdeel b, c en d van de Ziektewet of artikel 81, tweede lid, onderdeel b, c en d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

2 Een verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering als bedoeld in het eerste lid dient te worden ingediend binnen twaalf weken na de dag, waarop deze wet in werking treedt.

3 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd te verklaren, dat een verzoek om toelating, ingediend na afloop van de in het tweede lid gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.

4 het"het" moet zijn "Het" Landelijk instituut sociale verzekeringen doet de vrijwillige verzekering als bedoeld in het eerste lid aanvangen op de dag van ontvangst van het verzoek tot toelating.

5 De persoon, die met toepassing van het eerste lid wordt toegelaten tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt vanaf de aanvang van zijn in het eerste lid bedoelde werkzaamheden, voorzover deze na 1 januari 1987 zijn verricht, geacht als werknemer arbeid te hebben verricht.

6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag ingevolge dit hoofdstuk dient te worden gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding van de wet waarbij dit lid werd ingevoegd.

Artikel VIII

De termijnen voor de duur van de werkzaamheden in het buitenland als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet, artikel 64, tweede lid, onderdeel a, van de Ziektewet en artikel 81, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden voor de persoon, die reeds vrijwillig verzekerd was dan wel met toepassing van het bepaalde in artikel VII wordt toegelaten tot de vrijwillige verzekering, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel IX

De persoon die op de datum van inwerkingtreding van deze wet reeds vrijwillig verzekerd is, maar op grond van het bepaalde in artikel 53, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, artikel 64, tweede lid, onderdeel b, van de Ziektewet en artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering na inwerkingtreding van deze wet niet kan worden toegelaten tot de vrijwillige verzekering, blijft vrijwillig verzekerd.

Artikel X

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.