wetzoeker

Aanwijzing 3.10 Aanwijzingen voor de regelgeving

Algemene terminologische punten

1 Formulering van een regel in de vorm van een fictie wordt vermeden.

2 Voor een weerlegbaar rechtsvermoeden wordt de formulering ‘wordt/worden vermoed’ gebruikt.

Toelichting

Eerste lid. Een fictie in een wettelijk voorschrift (‘wordt geacht’) levert een onweerlegbaar rechtsvermoeden op. Vaak is het mogelijk in plaats van een fictie de vorm te kiezen van een gelijkstelling of het van overeenkomstige toepassing verklaren van andere regels. Zie ook aanwijzing 5.1, tweede lid.

Tweede lid. Een weerlegbaar rechtsvermoeden kan onder meer worden gebruikt om op niet-dwingende wijze naar normalisatienormen te verwijzen. Zie ook aanwijzing 3.48.

Voorbeeld bij het tweede lid

− Veiligheidscomponenten, subsystemen en kabelbaaninstallaties die overeenstemmen met door Onze Minister aan te wijzen nationale normen ter omzetting van geharmoniseerde normen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, worden vermoed te voldoen aan de essentiële eisen. (Artikel 4, eerste lid, van de Wet kabelbaaninstallaties)

Regeling
Aanwijzingen voor de regelgeving
Afkortingen
Aanw reg, Ar
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0005730
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl