wetzoeker

Wet bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen

Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede wijziging van die wet

Soort
Wet
Geldend vanaf
30-06-2006
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Militaire ambtenarenrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0005676
Versie
2006-06-30_0
SHA-256 bron
682a2ff9a824f6a5a9ecaea4e2919a37caaa1019e9f0bb57c2fc62d403ce14c0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

1 In dit artikel wordt verstaan onder:

a. wet: de Uitkeringswet gewezen militairen;

b. uitkeringsgerechtigde leeftijd: de datum van ingang van een ontslag als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder b, van de wet;

c. belanghebbende: de gewezen militair die:

1e. tussen 31 december 1989 en een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip is ontslagen op grond van artikel 39, tweede lid, onder d, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (Stb. 1982, 279) en, te rekenen van de dag waarop dat ontslag is ingegaan, binnen vijf jaar de voor hem geldende uitkeringsgerechtigde leeftijd zou hebben bereikt;

2e. voor zijn ontslag in beginsel was aangesteld om tot het bereiken van de voor hem geldende uitkeringsgerechtigde leeftijd bij de krijgsmacht werkzaam te zijn en

3e. op het moment van het bereiken van die voor hem geldende uitkeringsgerechtigde leeftijd recht heeft op wachtgeld ingevolge de Militaire wachtgeldregeling 1961 (Stb. 1986, 494).

2 Het ontslag van een belanghebbende wordt, tenzij hij daartegen bezwaar maakt, te rekenen van het moment waarop hij de voor hem geldende uitkeringsgerechtigde leeftijd bereikt alsnog aangemerkt als een ontslag in de zin van artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet. Voor de verdere toepassing van de wet wordt een aldus aangemerkt ontslag geacht ook bij het bereiken van die leeftijd in te gaan.

3 Voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, van de wet wordt het tijdvak, gerekend van de dag waarop het tot wachtgeld leidende ontslag is aangezegd of aangevraagd tot het moment van het bereiken van de uitkeringsgerechtigde leeftijd, gelijkgesteld met verlof, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag.

4 Het recht van de belanghebbende op wachtgeld vervalt met ingang van de dag waarop voor hem recht op een uitkering ingevolge de wet ontstaat.

Artikel 2

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.