wetzoeker

Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienst

Wet van 24 juni 1992, houdende een financiële compensatie voor langdurige militaire dienst

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2015
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Militaire ambtenarenrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0005569
Versie
2015-01-01_0
SHA-256 bron
0644525c27973e19268873374a650f36b15a3c84ba69b583812574181e1040ba

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. militair: de reservist of dienstplichtige in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen daarover vastgestelde bepalingen;

b. werkelijke dienst: de door de militair doorgebrachte, in de periode van 1 januari 1936 tot en met 31 december 1962 liggende werkelijke dienst in de zin van artikel A 1, eerste lid, onder i van de Algemene militaire pensioenwet, voor zover die feitelijk is doorgebracht of geacht moet worden onder de wapenen te zijn doorgebracht krachtens de Wet verbetering rechtspositie verzetsmilitairen (Stb. 1976, 19) en voor zover die ingevolge de vroegere militaire pensioenwetten in de zin van de Algemene militaire pensioenwet voor pensioen geldig zou zijn;

c. weduwe: degene die in het tijdvak van de werkelijke dienst met de militair was gehuwd.

Artikel 2

De gewezen militair, die een werkelijke dienst aan kan wijzen van ten minste vijf jaren en voor wie geen recht of uitzicht bestaat op vergelding van die tijd met enig overheidspensioen, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van € 3403,35.

Artikel 3

Indien de in artikel 2 genoemde aanspraak in verband met het overlijden van de militair niet kan worden geëffectueerd, heeft de weduwe recht op een eenmalige uitkering, gelijk aan het bedrag dat wordt gevonden door het in dat artikel genoemde bedrag van € 3403,35 te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller gelijk is aan dat deel van de werkelijke dienst waarin zij met de militair gehuwd is geweest en de noemer gelijk is aan de werkelijke dienst.

Artikel 4

De over de uitkering verschuldigde belasting ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 alsmede de premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen komen ten laste van het Rijk.

Artikel 5

De uitkering blijft buiten beschouwing bij de verlening van bijstand ingevolge de Participatiewet en andere, op het inkomen van de rechthebbende afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen of verstrekkingen.

Artikel 6

Een uitkering ingevolge deze wet wordt door Onze Minister van Defensie verleend op aanvraag van de rechthebbende. De aanvraag moet en uiterlijk binnen twee jaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn ontvangen.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Deze wet kan worden aangehaald als: Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienst.

Artikel 9

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.