wetzoeker

Wijzigingswet Wet algemene bepalingen milieuhygiëne

Wet van 27 mei 1992, houdende wijziging van het hoofdstuk Financiële bepalingen van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Verbeterblad)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-1992
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0005531
Versie
1992-07-01_0
SHA-256 bron
d6784dfcfef5be881903bbae7410063b5c05341c85bb2fd2553351e80d0a88b1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

1 Artikel 61zd van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne geldt gedurende twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet niet voor het verlenen van een bijdrage krachtens ministeriële regelingen welke vóór die inwerkingtreding in de Staatscourant zijn bekendgemaakt.

2 Artikel 61zd van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne geldt niet voor het verlenen van een bijdrage ter uitvoering van verplichtingen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn aangegaan.

3 Indien binnen de periode, bedoeld in het eerste lid, het in artikel II, onder a, bedoelde voorstel van wet tot wet wordt verheven en in werking treedt, is voor het resterende gedeelte van die periode het eerste lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gelden van artikel 15.27 van de Wet milieubeheer.

4 Indien het in artikel II, onder a, bedoelde voorstel van wet tot wet wordt verheven en in werking treedt, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gelden van artikel 15.27 van de Wet milieubeheer.

Artikel IV

1 Indien vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, schadevergoedingen als bedoeld in artikel 61am, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne zijn verleend, maar geen heffing als aldaar bedoeld is ingesteld, kunnen provinciale staten in afwijking van het vierde lid van dat artikel binnen een jaar na inwerkingtreding van deze wet alsnog besluiten tot het instellen van vorenbedoelde heffing.

2 Indien binnen de periode, bedoeld in het eerste lid, de in artikel II, onder a en b, bedoelde voorstellen van wet tot wet worden verheven en in werking treden, is voor het resterende gedeelte van die periode het eerste lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het afwijken van artikel 15.44, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.