wetzoeker

Artikel 20 Reglement rechtstoestand tewerkgestelden

Defensiekaart openbaar vervoer

1 De tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart en aan wie

a. tussentijds uitstel,

b. tussentijdse vrijstelling,

c. groot verlof in afwachting van de beslissing omtrent de geschiktheid voor de vervangende dienst dan wel

d. tussentijds ontslag van alle verplichtingen voortvloeiende uit de vervangende dienst,

wordt verleend, is verplicht de DOV-kaart in te leveren bij zijn hoofd van dienst op de laatste werkdag voor de datum van groot verlof, dan wel ontslag, voor het einde van de werkzaamheden. Alsdan heeft de tewerkgestelde aanspraak op vergoeding van de kosten voor het reizen van de plaats van tewerkstelling naar zijn woonplaats.

Het bepaalde in de eerste volzin is van overeenkomstige toepassing, indien de tewerkgestelde de tewerkstelling voortijdig beëindigt met toepassing van artikel 47.

2 Bij niet-nakoming van de in het eerste lid bedoelde verplichting zal door de minister, voor iedere dag dat hij nalatig is de DOV-kaart in te leveren en tot het verstrijken van de op de DOV-kaart vermelde uiterste datum, een bedrag in rekening worden gebracht ter grootte van de dan geldende waarde van de DOV-kaart gedeeld door 365.

3 Het bepaalde in artikel 31, vierde lid, van de Wet is van overeenkomstige toepassing op de inning van het in het tweede lid bedoelde bedrag.

Regeling
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-09-2025
BWB-id
BWBR0005494
Versie
2025-09-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl