wetzoeker

13 Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden

De notulen worden in de regel een week na de vergadering verzonden en, behoudens uitzonderingen, in de vergadering van de daarop volgende week vastgesteld. De vaststelling wordt eventueel voorafgegaan door een schriftelijke wijzigingsprocedure.

Aan de hand van een tijdschema wordt deze procedure toegelicht met als voorbeeld een raadsvergadering van 1 januari:

a. vrijdag 1 januari - wekelijkse vergadering

b. donderdag 7 januari - rondzending van de notulen van 1 januari aan de bewindspersonen

c. donderdag 7 januari tot en met dinsdag 12 januari - gelegenheid voor de bij de vergadering van 1 januari aanwezige bewindspersonen tot het indienen van schriftelijke wijzigingsvoorstellen die zich volgens daarover in de ministerraad gemaakte afspraken beperken tot hoofdzaken en niet alleen aan de minister-president (of het secretariaat ministerraad) maar ook aan de bij de wijziging meest betrokken minister(s) worden gezonden

d. donderdag 14 januari - samenstelling en verzending van een concept wijzigingenblad door het secretariaat

e. vrijdag 15 januari - de notulen van 1 januari komen met het concept-wijzigingenblad in de raadsvergadering aan de orde. Daarbij kunnen eventueel bezwaren worden ingebracht. Vervolgens worden de notulen vastgesteld. Op grond hiervan wordt het definitieve wijzigingenblad samengesteld

f. donderdag 21 januari - verzending van de notulen van 15 januari, waaraan als bijlage het definitieve wijzigingenblad op de notulen van 1 januari is toegevoegd.

Regeling
Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-05-1992
BWB-id
BWBR0005471
Versie
1992-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl