wetzoeker

Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning

Rijkswet van 27 februari 1992, houdende bepalingen inzake de beëdiging en inhuldiging van de Koning

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0005431
Versie
2010-10-10_0
SHA-256 bron
668e2f584634ca1853fa74b751faaeb902398f7d66343290d68e58e0c2eeda26

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In de bij artikel 32 van de Grondwet bedoelde openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal wordt door de Koning de volgende eed of belofte afgelegd:

"Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven.

Ik zweer (beloof) dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning schuldig is te doen.

Zo waarlijk helpe Mij God almachtig!"

(Dat beloof Ik!")

Artikel 2

Nadat de Koning de in artikel 1 bedoelde eed of belofte heeft afgelegd, spreekt de voorzitter namens de Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten de volgende plechtige verklaring uit:

"Wij ontvangen en huldigen, in naam van de volkeren van het Koninkrijk en krachtens het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet, U als Koning; Wij zweren (beloven) dat wij Uw onschendbaarheid en de rechten van Uw Koningschap zullen handhaven.

Wij zweren (beloven) alles te zullen doen wat goede en getrouwe Staten-Generaal, Staten van Aruba, Staten van Curaçao en Staten van Sint Maarten schuldig zijn te doen.

Zo waarlijk helpe ons God almachtig!"

(Dat beloven wij!").

Artikel 3

Na het uitspreken van de in artikel 2 bedoelde plechtige verklaring wordt deze door de voorzitter en elk der leden, hoofd voor hoofd, beëdigd of bevestigd.

Artikel 4

1 De Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten vaardigen elk één of meer gedelegeerden af, die de verenigde vergadering als bedoeld in artikel 32 van de Grondwet bijwonen.

2 Op de in het eerste lid bedoelde gedelegeerden is artikel 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dertigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze rijkswet kan worden aangehaald als Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning.