wetzoeker

Instelling Commissie schorsing en vrijhedenbeleid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-01-1992
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0005404
Versie
1992-01-31_0
SHA-256 bron
e383bda12b3416a2c3d3b9720a05a6fe37e171a8e929083eac2e523269d97b95

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

Er is een Commissie schorsing en vrijhedenbeleid, verder te noemen de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak het vorenbedoelde onderzoek in te stellen en de analyse uit te voeren en de minister van Justitie voor 1 juni 1992 te adviseren over de wenselijkheid van:

a. wijziging van artikel 80 Wetboek van Strafvordering met het oog op de mogelijkheid van beperkende maatregelen;

b. precisering van het beleid ten aanzien van strafonderbreking en verbeteringen in de rol van de verschillende adviserende instanties hierbij;

c. betere criteria voor het verlenen van verlof en effectievere benutting van de in aanmerking komende adviserende instanties hierbij.

Artikel 3

De commissie kan andere dan de in artikel 2 genoemde vragen onderzoeken die haars inziens hiervoor in aanmerking komen en aan de minister van Justitie terzake advies uitbrengen.

Artikel 4

In de commissie hebben zitting:

a. als voorzitter:

prof. mr. Th. W. van Veen, emeritus-hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit te Groningen;

b. als leden:

mr. J. P. Balkema, raadsheer bij het Gerechtshof te Arnhem:

mr. M. F. L. M. van der Grinten, vice-president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam;

mr. R. P. J. A. Vermeulen, hoofd van de afdeling Selectie en Bejegening van het Minister van Justitie;

mr. W. J. B. Zeyl, hoofdofficier van justitie te Roermond;

c. als adviserend lid:

mr. F. D. van Asbeck, raadadviseur bij de Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht.

d. als secretaris:

mr. J. N. Reinders, juridisch medewerker bij de Directie Staats- en Strafrecht van het Ministerie van Justitie.

Artikel 5

De commissie is bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie deel te nemen.

Artikel 6

De commissie kan zich wenden tot de onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie ressorterende diensten en instellingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeft.

Artikel 7

Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.