wetzoeker

Artikel 50c Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Diverse bepalingen

1 Een persoon die zwemt dan wel op andere wijze watersport bedrijft zonder gebruik te maken van een schip houdt voldoende afstand tot een varend schip of tot een schip bezig met het verrichten van werkzaamheden.

2 Een persoon die waterskiet of doet waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maakt of gebruik doet maken, of vaart met een waterscooter, een zeilplank of met een door een vlieger voortbewogen plank, houdt voldoende afstand tot een varend schip of tot een schip bezig met het verrichten van werkzaamheden.

3 De in het eerste en tweede lid bedoelde personen gedragen zich zodanig dat geen gevaar of hinder voor andere gebruikers van het vaarwater kan worden veroorzaakt.

4 Zwemmen, onderwatersport, watersport zonder gebruik te maken van een schip, waterskiën of doen waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maken of gebruik doen maken, varen met een waterscooter, varen met een zeilplank of varen met een door een vlieger voortbewogen plank vinden niet plaats:

a. op of in de onmiddellijke nabijheid van een ankerplaats;

b. in de vaargeul;

c. in routes van veerponten;

d. nabij de ingangen van havens;

e. in de nabijheid van meergelegenheden;

f. in de door de Rijkshavenmeester Westerschelde aangewezen gebieden.

5 De Rijkshavenmeester Westerschelde kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het vierde lid. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Regeling
Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0005393
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl