wetzoeker

Artikel 14 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Gedrag van de schepen in zicht van elkaar

1 Wanneer twee werktuiglijk voortbewogen schepen op tegengestelde of bijna tegengestelde koersen tegen elkaar insturen zodanig dat dit gevaar voor aanvaring medebrengt, moeten beide naar stuurboord uitwijken zodat ze elkaar aan bakboord voorbijvaren.

2 Een zodanige situatie wordt geacht te bestaan wanneer een schip een ander dusdanig recht of bijna recht vooruit ziet dat het, bij nacht, de toplichten daarvan in één lijn of nagenoeg in één lijn en/of beide zijdelichten zou kunnen zien. Wanneer een schip in twijfel verkeert of een zodanige situatie bestaat, moet het aannemen dat dit het geval is en dienovereenkomstig handelen.

Regeling
Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0005393
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl