wetzoeker

Artikel XXVII Invoeringswet Wet op de accijns

1 Fabrikanten van parfumerieën, toiletartikelen en kosmetische produkten aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in de Beschikking aflopend krediet voor de accijns van alcoholhoudende stoffen (Stcrt. 1967, 213) doen uiterlijk 7 januari 1992 aangifte van de bij de aanvang van 1 januari 1992 in hun fabriek aanwezige hoeveelheid alcoholhoudende stoffen.

2 In de aangifte wordt een onderscheid gemaakt naar:

a. de hoeveelheid waarvoor de accijns op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt reeds is voldaan;

b. de hoeveelheid waarvoor op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt nog aflopend krediet wordt genoten.

3 De inspecteur verleent teruggaaf van de accijns over de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde hoeveelheid.

4 De inspecteur verleent afschrijving van accijns over de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde hoeveelheid.

5 De inspecteur stelt het bedrag van de teruggaaf en het bedrag van de afschrijving vast bij beschikking.

6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels voor de uitvoering van de teruggaaf worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat de teruggaaf naar forfaitaire maatstaven geschiedt.

Regeling
Invoeringswet Wet op de accijns
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1992
BWB-id
BWBR0005346
Versie
1992-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl