wetzoeker

Artikel 260 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Recht van hypotheek

1 Hypotheek wordt gevestigd door een tussen partijen opgemaakte notariële akte waarbij de hypotheekgever aan de hypotheekhouder hypotheek op een registergoed verleent, gevolgd door haar inschrijving in de daartoe bestemde openbare registers. De akte moet een aanduiding bevatten van de vordering waarvoor de hypotheek tot zekerheid strekt, of van de feiten aan de hand waarvan die vordering zal kunnen worden bepaald. Tevens moet het bedrag worden vermeld waarvoor de hypotheek wordt verleend of, wanneer dit bedrag nog niet vaststaat, het maximumbedrag dat uit hoofde van de hypotheek op het goed kan worden verhaald. De hypotheekhouder moet in de akte woonplaats kiezen in Nederland.

2 Tenzij anders is bedongen, komen de kosten van verlening en vestiging ten laste van de schuldenaar.

3 Bij de in het eerste lid bedoelde akte kan iemand slechts krachtens een bij authentieke akte verleende volmacht als gevolmachtigde voor de hypotheekgever optreden.

4 Voor het overige vinden de algemene voorschriften die voor vestiging van beperkte rechten op registergoederen gegeven zijn, ook op de vestiging van een hypotheek toepassing.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Afkortingen
BW, BW Boek 3, BW3
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0005291
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl