wetzoeker

Artikel 236 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Pandrecht

1 Pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht, wordt gevestigd door de zaak of het toonder- of orderpapier te brengen in de macht van de pandhouder of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen. De vestiging van een pandrecht op een recht aan order of op het vruchtgebruik daarvan vereist tevens endossement.

2 Op andere goederen wordt pandrecht gevestigd op overeenkomstige wijze als voor de levering van het te verpanden goed is bepaald.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Afkortingen
BW, BW Boek 3, BW3
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0005291
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl