wetzoeker

Artikel 317 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Vorm van de pachtovereenkomst

1 De pachtovereenkomst, de overeenkomst tot wijziging en die tot beëindiging van een pachtovereenkomst moeten schriftelijk worden aangegaan.

2 Zolang de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.

3 In het in het vorige lid bedoelde geval legt de rechter de overeenkomst schriftelijk vast met dien verstande dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Afkortingen
BW, BW Boek 7, BW7
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0005290
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl