wetzoeker

Artikel 297 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Huur van bedrijfsruimte

1 De rechter kan in zijn beslissing tot toewijzing van de vordering een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder of aan degene aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten.

2 Alvorens een beslissing te geven waarin een bedrag als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld, brengt de rechter zijn voornemen ter kennis van partijen en stelt hij een termijn vast waarbinnen de verhuurder de bevoegdheid heeft de vordering in te trekken.

3 Indien de verhuurder binnen deze termijn zijn vordering intrekt, geeft de rechter slechts een beslissing over de proceskosten.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Afkortingen
BW, BW Boek 7, BW7
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0005290
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl