wetzoeker

Artikel 255 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Rechtsgevolgen van overeenkomsten

1 Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.

2 Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Afkortingen
BW, BW Boek 6, BW6
Soort
Wet
Geldend vanaf
16-07-2026
BWB-id
BWBR0005289
Versie
2026-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl