wetzoeker

Artikel 90 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Erfpacht

1 Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard, die de zaak oplevert, aan de erfpachter.

2 Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 5
Afkortingen
BW, BW Boek 5, BW5
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0005288
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl