wetzoeker

Artikel 75 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Erfdienstbaarheden

1 De eigenaar van het heersende erf is bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf alles te verrichten wat voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk is.

2 Hij is eveneens bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf gebouwen, werken en beplantingen aan te brengen, die voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk zijn.

3 Hij is verplicht het door hem op het dienende erf aangebrachte te onderhouden, voor zover dit in het belang van het dienende erf nodig is; hij is bevoegd het weg te nemen, mits hij het erf in de oude toestand terugbrengt.

4 De eigenaar van het dienende erf heeft geen recht van gebruik van de gebouwen, werken en beplantingen, die daarop door de eigenaar van het heersende erf rechtmatig zijn aangebracht.

5 In de akte van vestiging kan van de vorige leden worden afgeweken.

6 In geval van mandeligheid zijn in plaats van de leden 3 en 4 de uit dien hoofde geldende regels van toepassing.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 5
Afkortingen
BW, BW Boek 5, BW5
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0005288
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl