wetzoeker

Wijzigingsbesluit Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging, enz.

Besluit van 5 juli 1991, houdende wijziging van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging, het Inrichtingenbesluit artikel 19, eerste lid, Wet inzake de luchtverontreiniging en het Besluit zwavelgehalte brandstoffen

Soort
AMvB
Geldend vanaf
17-08-1991
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0005135
Versie
1991-08-17_0
SHA-256 bron
ce967a453e0138a0daf64b79100ecc6b4e695c1a0c428c0de26a7c06c8953ceb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Met betrekking tot inrichtingen waarop eerst ingevolge het in werking treden van artikel IIartikel 20 van de Wet inzake de luchtverontreiniging van toepassing wordt:

a. geldt indien vóór dat in werking treden voor de inrichting een aanvraag om een vergunning krachtens de Hinderwet (Stb. 1981, 410) of om een vergunning als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Mijnwet 1903 (Stb. 1904, 73) is ingediend, maar op deze aanvraag bij dat in werking treden nog niet is beslist, deze aanvraag tevens als een aanvraag om een vergunning op grond van laatstgenoemde wet doch kan zij tot aan de krachtens deze wet te nemen beslissing mede in die hoedanigheid worden behandeld op de voet van hetgeen op grond van de Hinderwet, onderscheidenlijk de Mijnwet 1903, ten aanzien van die aanvraag bij haar indiening gold;

b. is het in onderdeel a bepaalde van overeenkomstige toepassing indien op het in de aanhef bedoelde tijdstip wel reeds op de aanvraag is beslist, doch de beslissing een weigering van de gevraagde vergunning inhoudt en nog niet onherroepelijk is geworden;

c. wordt een exemplaar van de aanvraag om een vergunning krachtens de Hinderwet, als bedoeld onder a, en van de op deze aanvraag betrekking hebbende stukken door het orgaan dat de aanvraag heeft ontvangen, ambtshalve aan gedeputeerde staten toegezonden ter behandeling en beslissing, dan wel na behandeling ter beslissing, tenzij de aanvraag bij hen is ingediend;

d. wordt een exemplaar van de aanvraag om een vergunning krachtens de Mijnwet 1903, als bedoeld onder a, en van de daarop betrekking hebbende stukken door het orgaan dat de aanvraag heeft ontvangen ambtshalve aan gedeputeerde staten toegezonden ter behandeling en beslissing, dan wel na behandeling ter beslissing, voor zover gedeputeerde staten op zodanige aanvraag krachtens artikel 20 van de Wet inzake de luchtverontreiniging moeten beslissen.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

De tekst van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

Artikel VI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweeëndertigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel F, en voor bestaande stookinstallaties de onderdelen Z, BB, HH, die in werking treden met ingang van 1 januari 1992.