wetzoeker

Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen

Wet van 26 juni 1991, houdende regels inzake de heffing van rechten voor de legalisatie van handtekeningen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2005
Rechtsgebied
Belastingrecht, Formeel belastingrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0005125
Versie
2005-08-01_0
SHA-256 bron
fed715a3fe15eb0f2cd5d3958105581b2dcf6f9033d845ef95f20ca242ea8033

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

1 Voor het legaliseren van handtekeningen zijn aan het Rijk rechten verschuldigd.

2 Het tarief van de rechten wordt vastgesteld door Onze minister wie het aangaat. Het tarief wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde opbrengst van de rechten de geraamde uitgaven terzake niet te boven gaat.

Artikel 2

1 De Wet van 9 mei 1890, Stb. 80, tot nadere regeling van de heffing en bestemming der Kanselarijleges wordt ingetrokken.

2 Het koninklijk besluit van 10 september 1969, Stcrt. 182, houdende regeling inzake de vergoeding voor het verstrekken van afschriften en voor de legalisatie van handtekeningen, wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag van de datum, van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 2, eerste lid, welke in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.