wetzoeker

Wijzigingswet Wet op de studiefinanciering (heroriëntering studiefinanciering II)

Wet van 29 mei 1991, houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering ertoe strekkend om degenen die, toen zij 27 jaar werden, aanspraak hadden op studiefinanciering, de gelegenheid te geven hun reeds begonnen studie af te maken met studiefinanciering in de vorm van rentedragende lening (heroriëntering studiefinanciering II)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-1991
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0005096
Versie
1991-08-01_0
SHA-256 bron
64092a6dd554e4d2a75e0c0068833f3252c5785fd2944e4086f417e9d1aa7fb7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

1 Degene die over de kalendermaand voorafgaande aan 1 augustus 1991 op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering recht had op studiefinanciering wegens het volgen van een studie, valt, totdat hij na het bereiken van de leeftijd van 27 jaren die studie voltooit dan wel staakt, onder de bepalingen van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering zoals die golden voor die datum, zolang hij nog steeds diezelfde studie volgt.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op studerenden die in de kalendermaand, voorafgaande aan 1 augustus 1991, op grond van artikel 10, derde lid, niet als studerende werden beschouwd, dan wel op studerenden die in de kalendermaand, voorafgaande aan 1 augustus 1991, wegens bijzondere familieomstandigheden niet waren ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 9. Het bestaan van de bijzondere familie omstandigheden dient te worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een studentendecaan als bedoeld in artikel 42 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs en als bedoeld in artikel 52 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs dan wel een schooldecaan.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1991, met uitzondering van artikel I, onderdelen F en G, tweede lid, dat in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, doch niet eerder dan 1 januari 1992.