wetzoeker

Wet tot verlenging van de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervatte termijn van navordering voor vermogens- en inkomensbestanddelen in het buitenland

Wet van 22 mei 1991, tot verlenging van de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervatte termijn van navordering voor vermogens- en inkomensbestanddelen in het buitenland

Soort
Wet
Geldend vanaf
08-06-1991
Rechtsgebied
Belastingrecht, Inkomstenbelasting
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0005086
Versie
1991-06-08_0
SHA-256 bron
bb8545455a6bf2bb76a914c7befcd8b1e6b2541361fc8bd1f488fbb2bbb70ad1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Artikel 16, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals dit luidt voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing voor de heffing van de inkomstenbelasting over de jaren 1974 tot en met 1984.

Artikel IV

Artikel I, onderdeel A.3, blijft buiten toepassing voor gevallen waarin, op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag is vervallen.

Artikel V

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.