wetzoeker

Besluit ex artikel C7 Spoorwegpensioenwet

Besluit van 17 april 1991, houdende het treffen van een regeling als bedoeld in artikel C7, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-05-1991
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0005057
Versie
1991-05-01_0
SHA-256 bron
02027766e4e8239658a8302aa476058e811ad7b02ffddee9dd8111f67001b39f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

In afwijking van artikel 2, eerste lid, van het Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1987, 10) bedraagt het verhaal voor de deelgenoot, bedoeld in artikel B1 van de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541) negen en een tiende percent van het inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Spoorwegpensioenwet, nadat dit is verminderd met een bedrag dat herleid tot een jaarbedrag (franchisebedrag) gelijk is aan twintig zevende maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, vermeerderd met de bruto-vakantie-uitkering ingevolge artikel 29 van de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181) en verminderd met het bedrag van de overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 81, derde lid, tweede volzin, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (Stb. 1989, 127), met dien verstande dat het verhaal niet minder bedraagt dan zes tiende percent van het inkomen.

Artikel 2

Artikel 3 van het Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet is niet van toepassing op de deelgenoot, bedoeld in artikel B1 van de Spoorwegpensioenwet.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.