wetzoeker

Instelling tijdelijke externe Commissie Bestuursorganisatie in het Wetenschappelijk Onderwijs

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-04-1991
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0005052
Versie
1991-04-24_0
SHA-256 bron
b1731e551d557e6cc024764b6a420b5e0b397a70b805b25ed3e4aec7f904190d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

minister:

de Minister van Onderwijs en Wetenschappen

commissie:

de tijdelijke externe commissie ‘bestuursorganisatie in het wetenschappelijk onderwijs’, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Er is een tijdelijke externe commissie bestuursorganisatie in het wetenschappelijk onderwijs

Artikel 3

1 De commissie heeft de volgende taken:

a. Het ontwerpen van ten minste een tweetal voorbeeld-charters betreffende de bestuursstructuur van een universiteit.

b. Het doen van voorstellen betreffende de criteria waaraan een ontwerp-charter getoetst dient te worden.

2 De minister kan ten aanzien van de taken genoemd in het eerste lid aan de commissie richtlijnen geven.

Artikel 4

De commissie brengt, op een door de minister na overleg met de leden van de commissie vast te stellen datum, advies uit aan de minister.

Artikel 5

1 Tot voorzitter, tevens lid van de commissie wordt benoemd: dr A. van der Zwan.

2 Tot leden van de commissie worden benoemd:

mr. drs. M.A.K. Snijders;

drs. H.J. Brinkman.

In het secretariaat wordt door de minister voorzien.

Artikel 6

1 De commissie bepaalt haar eigen werkwijze.

2 Bij haar werkzaamheden kan de commissie deskundigen en instanties horen. De commissie kan adviseurs inschakelen.

3 De op de door de commissie uitgebrachtte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden.

Artikel 7

1 De commissie dient zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting in bij de minister.

2 De begroting behoeft de goedkeuring van de minister.

3 Op aanvullende begrotingen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

Artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1978, 581) is van toepassing

Artikel 9

1 Het beheer van de bescheiden van de commissie geschiedt met inachtneming van ter zake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) en wordt binnen drie maanden na opheffing van de commissie overgedragen aan de Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 10

1 Deze beschikking treedt in werking met ingang van de datum van publikatie van deze beschikking.

2 Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

3 Deze beschikking expireert drie maanden na de datum die op grond van artikel 4 wordt vastgesteld.

Artikel 11

Afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer en de leden van de commissie.