wetzoeker

Leningwet 1991

Wet van 19 december 1990, tot het uitgeven en belenen van schatkistpapier en het aangaan van geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden in 1991

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1991
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0004938
Versie
1991-01-01_0
SHA-256 bron
8325e35422d1715ad5f7bfdba76181124242599a7fb387de0df71fc4d71d5e0b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd in 1991 schatkistpapier uit te geven en te belenen en geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden aan te gaan ter voorziening in de financieringsbehoefte van de Staat alsmede uit monetaire overwegingen.

Artikel 2

De looptijd van de geldleningen zal ten hoogste vijftig jaar zijn.

Artikel 3

Onze Minister van Financiën stelt met inachtneming van het bepaalde in de Wet schatkistpapier (Stb. 1976, 110) en deze wet de voorwaarden vast, waarop schatkistpapier wordt uitgegeven en beleend en geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden worden aangegaan.

Artikel 4

Onze Minister van Financiën kan aan bemiddelaars in onderhandse geldleningen over het nominale bedrag van door hun tussenkomst tot stand gekomen onderhandse geldleningen een provisie toekennen van ten hoogste 1/8 % (een achtste ten honderd).

Artikel 5

Het recht tot opvordering van een hoofdsom van de overeenkomstig deze wet aangegane vaste schuld, welke aflosbaar is gesteld, verjaart tien jaar na de eerste dag, waarop die hoofdsom aflosbaar is.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1991; zij kan worden aangehaald als: Leningwet 1991.