Wet op het consumentenkrediet
Wet van 4 juli 1990, houdende regels met betrekkking tot het consumentenkrediet
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- Afkortingen
- WCK
- Rechtsgebied
- Consumentenrecht, Contracten, schade en aansprakelijkheid
- Ministerie
- Economische Zaken
- BWB-id
- BWBR0004815
- Versie
- 2019-01-01_0
- SHA-256 bron
- d8ba6d471f3945e8c8c003afc8a3540398e80a185e2824bebb36d48affa6b267
Inhoud (82)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 14a
- Artikel 14b
- Artikel 14c
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 48a
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 76
- Artikel 77
- Artikel 78
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 1 — Definities
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. krediettransactie: iedere overeenkomst en ieder samenstel van overeenkomsten met de strekking dat:
1°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer) een geldsom ter beschikking wordt gesteld en de tweede partij aan de eerste partij een of meer betalingen doet,
2°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer) het genot van een roerende zaak wordt verschaft of een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen dienst wordt verleend en de tweede partij aan de eerste partij een of meer betalingen doet, of
3°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer), dan wel ten behoeve van deze aan een derde partij (de leverancier) een geldsom ter beschikking wordt gesteld ter zake van het verschaffen van het genot van een roerende zaak of het verlenen van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen dienst aan de tweede partij, en de tweede partij aan de eerste partij of aan de derde partij een of meer betalingen doet;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. vervallen;
e. vervallen;
f. vervallen;
g. vervallen;
h. vervallen;
i. vervallen;
j. vervallen;
k. vervallen;
l. vervallen;
m. vervallen;
n. gemeentelijke kredietbank: een instelling voor kredietverlening, opgericht door een of meer gemeenten.
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 2 — Beperking van de reikwijdte van de wet
Artikel 2
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 2 — Beperking van de reikwijdte van de wet
Artikel 3
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 2 — Beperking van de reikwijdte van de wet
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 3 — Gemeentelijke kredietbanken
Artikel 5
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 3 — Gemeentelijke kredietbanken
Artikel 6
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 3 — Gemeentelijke kredietbanken
Artikel 7
Vervallen
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen › Afdeling 3 — Gemeentelijke kredietbanken
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 9
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 10
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 11
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 12
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 13
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 14
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 14a
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 14b
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 14c
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 15
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 16
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 17
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 18
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 1 — De vergunning
Artikel 19
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 2 — Het register
Artikel 20
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 2 — Het register
Artikel 21
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 2 — Het register
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 3 — Overige bepalingen
Artikel 23
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 3 — Overige bepalingen
Artikel 24
Vervallen
Hoofdstuk II — De kredietgever › Afdeling 3 — Overige bepalingen
Artikel 25
Vervallen
Hoofdstuk III — Werving, bemiddeling en behandeling van kredietaanvragen
Artikel 26
Vervallen
Hoofdstuk III — Werving, bemiddeling en behandeling van kredietaanvragen
Artikel 27
Vervallen
Hoofdstuk III — Werving, bemiddeling en behandeling van kredietaanvragen
Artikel 28
Vervallen
Hoofdstuk III — Werving, bemiddeling en behandeling van kredietaanvragen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 1 — Het aangaan van een krediettransactie
Artikel 30
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 1 — Het aangaan van een krediettransactie
Artikel 31
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 1 — Het aangaan van een krediettransactie
Artikel 32
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 2 — Nietigheden
Artikel 33
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 34
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 35
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 36
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 37
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 38
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 3 — Kredietvergoeding en betalingen
Artikel 39
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 4 — Pandrecht en eigendomsvoorbehoud
Artikel 40
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 4 — Pandrecht en eigendomsvoorbehoud
Artikel 41
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 4 — Pandrecht en eigendomsvoorbehoud
Artikel 42
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 4 — Pandrecht en eigendomsvoorbehoud
Artikel 43
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 5 — Overige bepalingen
Artikel 44
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 5 — Overige bepalingen
Artikel 45
Vervallen
Hoofdstuk IV — De krediettransactie › Afdeling 5 — Overige bepalingen
Artikel 46
Vervallen
Hoofdstuk V — Schuldbemiddeling
Artikel 47
1 Schuldbemiddeling is verboden.
2 Onder schuldbemiddeling wordt verstaan het in de uitoefening van een bedrijf of beroep, anders dan door het aangaan van een krediettransactie, verrichten van diensten, gericht op de totstandkoming van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een natuurlijke persoon, geheel of gedeeltelijk voortvloeiend uit een of meer krediettransacties.
Hoofdstuk V — Schuldbemiddeling
Artikel 48
1 Het in artikel 47, eerste lid, bedoelde verbod is niet van toepassing op schuldbemiddeling:
a. om niet;
b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of instellingen, die zich in opdracht en voor rekening van gemeenten met schuldbemiddeling bezighouden;
c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet of ingevolge artikel 383, zevende lid, dan wel artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten;
d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.
2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor het verrichten van schuldbemiddeling als bedoeld in het eerste lid een certificaat is vereist en dat de vergoeding voor schuldbemiddeling voor ingevolge het eerste lid, onder d, aangewezen personen of categorieën van personen niet meer mag bedragen dan een daarbij te bepalen percentage van het bedrag van de schulden, voor zover daaromtrent een regeling is tot stand gekomen, dat de vergoeding niet meer mag bedragen dan de kosten van de bemiddeling, alsmede dat geen vergoeding mag worden bedongen, in rekening gebracht of aanvaard indien geen regeling is tot stand gekomen. Deze regels kunnen verschillen naar gelang van de aangewezen personen of categorieën van personen, waarop zij betrekking hebben.
3 Nietig is een overeenkomst, voor zover daarbij wordt afgeweken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.
Hoofdstuk V — Schuldbemiddeling
Artikel 48a
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde zijn belast de bij ministeriële regeling aangewezen personen.
Hoofdstuk VI — Beroep
Artikel 49
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 50
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 51
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 52
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 53
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 54
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 55
Vervallen
Hoofdstuk VII
Artikel 56
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 57
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 58
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 59
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 60
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 61
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 62
Vervallen
Hoofdstuk VIII — Toezicht op de naleving
Artikel 63
Vervallen
Hoofdstuk IX — Uitvoering van de wet
Artikel 64
Vervallen
Hoofdstuk IX — Uitvoering van de wet
Artikel 65
Vervallen
Hoofdstuk IX — Uitvoering van de wet
Artikel 66
Vervallen
Hoofdstuk IX — Uitvoering van de wet
Artikel 67
Vervallen
Hoofdstuk IX — Uitvoering van de wet
Artikel 68
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 69
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 70
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 71
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 72
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 73
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 74
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 75
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 76
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 77
Vervallen
Hoofdstuk X — Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 78
Vervallen