wetzoeker

Artikel 59 Wet militaire strafrechtspraak

Bijzondere bepalingen betreffende het uitoefenen van bevoegdheden inzake strafvordering buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee

1 Buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee kunnen door Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie aan te wijzen bevelvoerende militairen, indien en zolang geen hulpofficier van justitie aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, de bevoegdheden uitoefenen welke het Wetboek van Strafvordering toekent aan de hulpofficier van justitie.

2 Indien en zolang geen opsporingsambtenaar aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, kunnen de krachtens het voorgaande lid aangewezen militairen de bevoegdheden uitoefenen welke het Wetboek van Strafvordering toekent aan de opsporingsambtenaar.

3 Artikel 539b, eerste, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

4 Artikel 539e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verrichting bedoeld in artikel 57, eerste lid, van dat wetboek niet kan worden opgedragen.

5 Artikel 539f, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

6 Artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een krachtens het eerste lid aangewezen militair.

Regeling
Wet militaire strafrechtspraak
Afkortingen
WMSR
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0004789
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl