wetzoeker

Artikel 6bis Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990

Renteberekening

1 Invorderingsrente wordt niet in rekening gebracht gedurende de periode waarin het aanbod van de ontvanger geldt om de invordering ter zake van een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting die betrekking heeft op het tijdvak 2022 aan te houden:

a. bij wege waarvan in ieder geval over belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 belasting wordt geheven; en

b. waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die is gelegen in het jaar 2022.

2 Indien het aanbod van de ontvanger om de vordering aan te houden is komen te vervallen, wordt invorderingsrente berekend overeenkomstig artikel 28 van de Wet, tenzij de belastingschuldige binnen zes weken nadat de ontvanger het inkomen, bedoelt in artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, opnieuw heeft vastgesteld in een voorlopige of definitieve aanslag en daarmee het eerdergenoemde aanbod is komen te vervallen, het openstaande bedrag heeft voldaan.

Regeling
Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990
Afkortingen
Uitv besl Inv w, Uitv.besl. Iw 1990
Soort
AMvB
Geldend vanaf
12-12-2025
BWB-id
BWBR0004772
Versie
2025-12-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl