wetzoeker

Besluit Coördinatiegroepen alternatieve sancties

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-05-1990
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafrecht (algemeen)
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0004731
Versie
1990-05-01_0
SHA-256 bron
6449ebcd3efb3aad2d04f16b929b85058da189413f79f7a60020073dbbabea7f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

In ieder arrondissement een Coördinatiegroep alternatieve sancties in te stellen.

Taken

1. De Coördinatiegroep alternatieve sancties heeft tot taak:

a. het scheppen van voorwaarden voor het goed doen verlopen van de toepassing en uitvoering van alternatieve sancties, in het bijzonder door het inbrengen van de hen ten dienste staande informatie over deze sancties, door bijdragen te leveren aan het oplossen van knelpunten, en door in voorkomende gevallen de Overleg, en adviescommissie alternatieve sancties te adviseren en daaraan te rapporteren.

b. het scheppen van voorwaarden dat de betrokken autoriteiten en instellingen een gezamenlijk beleid voor alternatieve sancties ontwikkelen.

c. het onderzoeken van mogelijkheden voor de toepassing van alternatieve sancties binnen het eigen arrondissement.

d. het versterken van het draagvlak voor alternatieve sancties binnen het arrondissement, onder meer door het bevorderen van een adequate publieksvoorlichting.

Samenstelling

2. De Coördinatiegroep alternatieve sancties bestaat uit ten minste:

a. een lid van het openbaar ministerie in het arrondissement;

b. de directeur van de in het arrondissement werkzame stichting, als bedoeld in artikel 4 van de Reclasseringsregeling 1986 (Stb. 1986, 1) of dien plaatsvervanger.

c. de secretaris van de raad voor de kinderbescherming in het arrondissement of diens plaatsvervanger;

3. In ieder arrondissement wordt een door de President van de rechtbank aan te wijzen lid van de zittende magistratuur uitgenodigd om aan de werkzaamheden van de Coördinatiegroep alternatieve sancties deel te nemen;

4. De onder 2 en 3 bedoelde leden kunnen anderen uitnodigen om aan de werkzaamheden deel te nemen.

5. De onder 2, 3 en 4 bedoelde leden wijzen gezamenlijk een voorzitter en een secretaris aan en treffen een regeling voor hun werkwijze.

Procedure

6. De Coördinatiegroep alternatieve sancties komt in de plaats van de bestaande stuurgroep alternatieve sancties/dienstverlening.

7. De circulaire dd. 18 april 1985 kenmerk Dir. Kinderbescherming nr. 239/785, betreffende alternatieve sancties voor jeugdigen, wordt hiermee voor het onderdeel ‘organisatorische vormgeving’, zoals uitgewerkt in bijlage 3, buiten werking gesteld.

8. Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking op 1 mei 1990. Het kan worden aangehaald als ‘Besluit Coördinatiegroepen alternatieve sancties’.