wetzoeker

Regeling tot instelling van de Centrale Overleggroep huisvesting gehandicapten

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-03-1990
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht, Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0004728
Versie
1990-03-22_0
SHA-256 bron
deb883017cccd05cdabada066f050c093e7b8a7110344a0a4bc1ae43e82469e4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

1 Er is een Centrale Overleggroep huisvesting gehandicapten, hierna te noemen de Centrale Overleggroep.

2 De Centrale Overleggroep wordt ingesteld voor een tijdvak van vier jaar, welk tijdvak telkens met vier jaar door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, hierna te noemen de minister, kan worden verlengd.

Artikel 2

De Centrale Overleggroep heeft tot taak het overleg te bevorderen tussen:

a. door de minister aangewezen vertegenwoordigers,

b. organisaties, die betrokken zijn met de huisvesting van gehandicapten, en met name bij de uitvoering van de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten 1989, en

c. organisaties die de doelgroep vertegenwoordigen, over het beleid met betrekking tot de huisvesting van gehandicapten in het algemeen en over de uitvoering van de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten 1989 in het bijzonder.

Artikel 3

1 De Centrale Overleggroep bestaat uit:

a. twee door de minister aan te wijzen vertegenwoordigers van het Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting, waarvan een, als voorzitter optreedt; en

b. een vertegenwoordiging van:

1º elk van de volgende organisaties:

de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

de Gemeenschappelijke Medische Dienst;

het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;

de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;

de Federatie van Bedrijfsverenigingen;

2º de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2 De minister kan op grond van gewijzigde verantwoordelijkheden betreffende de huisvesting van gehandicapten, tussentijds en na overleg met de in het eerste lid, onder b, genoemde vertegenwoordigers, de samenstelling van de Centrale Overleggroep wijzigen.

Artikel 4

De minister draagt zorg voor ambtelijke ondersteuning van de Centrale Overleggroep.

Artikel 5

De vergaderingen van de Centrale Overleggroep kunnen worden bijgewoond door vertegenwoordigers van:

a. de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

b. de Klachtencommissie gehandicapten. Zij hebben in de vergadering een adviserende stem.

Artikel 6

Bij de behandeling van bepaalde onderwerpen kunnen met toestemming van de voorzitter naast de in artikel 3, 4 of 5 genoemde personen ook anderen met adviserende stem de vergadering bijwonen.

Artikel 7

De Centrale Overleggroep kan tot het instellen van werkgroepen overgaan ter bevordering van de haar gestelde taak.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op de derde dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling tot instelling van de Centrale Overleggroep huisvesting gehandicapten.