wetzoeker

Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
26-11-2004
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0004666
Versie
2004-11-26_0
SHA-256 bron
4f446a7336fca97e5fdb2a28a28c3dbc3273e790f23cfc7005c1213f5ca9a811

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Met de opsporing van strafbare feiten, bedoeld in artikel 32 van de Scheepvaartverkeerswet, worden, voor zover het overtredingen betreft, belast:

Van de Rijkswaterstaat:

1. (adjunct/rayon)hoofden scheepvaartdienst;

2. (hoofd/assistent)verkeers(dienst)leiders;

3. (assistent)rivier, kanaal- en meermeesters;

4. (adj.)havenmeesters;

5. (assistent)gezagvoerders;

6. (adjunct)hoofden dienstkring;

7. (hoofd)sluismeesters;

8. (hulp/waarnemend)kantonniers;

9. sluiswachters, brugwachters;

10. (nautisch)opzichters;

11. (hoofd/medewerker)nautische zaken;

Van de Inspectie Verkeer en Waterstaat:

ambtenaren van de divisie Scheepvaart.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel 32 van de Scheepvaartverkeerswet in werking treedt.

Artikel 3

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet. Deze regeling en de bijbehorende toelichting worden bekendgemaakt in de Staatscourant.