wetzoeker

Artikel 281 Vissersvaartuigenbesluit

Hulpmiddelen bij de navigatie

1 Aan boord van elk vaartuig moeten de voor de te ondernemen reis benodigde zeekaarten aanwezig zijn. Deze zeekaarten moeten van een voldoende grote schaal zijn om er behoorlijk op te kunnen navigeren.

2 Aan boord van elk vaartuig moeten voorts aanwezig zijn:

1°. de voor de te ondernemen reis benodigde zeemansgidsen en lichtenlijsten;

2°. de voor de te ondernemen reis benodigde stroomatlassen of -kaarten;

3°. de nodige getijtafels, een zeemansalmanak van het lopende jaar, alsmede alle andere voor de te ondernemen reis benodigde nautische publikaties;

4°. hulpmiddelen voor zeevaartkundige berekeningen, indien het vaartuig ingevolge het bepaalde in artikel 280, tweede lid, is uitgerust met een chronometer;

5°. een parallelliniaal of een stel van twee navigatiedriehoeken;

6°. twee passers; en

7°. een betrouwbaar uurwerk.

3 Zeekaarten en boekwerken moeten in goede staat verkeren en worden bijgehouden aan de hand van berichten aan zeevarenden. Zeekaarten en boekwerken, die door gebruik of anderszins onvoldoende leesbaar zijn geworden, dan wel vanwege de uitgevende instanties vervallen zijn verklaard, worden geacht niet in goede staat te verkeren.

4 Aan boord van elk vaartuig moeten op de brug de nodige gegevens betreffende de manoeuvreereigenschappen en de stopwegen bij voor het vaartuig karakteristieke vaarsnelheden en beladingstoestanden duidelijk leesbaar zijn opgehangen. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven ter uitvoering van het bepaalde in dit lid.

Regeling
Vissersvaartuigenbesluit
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0004607
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl