wetzoeker

Artikel 244 Vissersvaartuigenbesluit

Intern optreden in noodsituaties

1 Aan boord van een vaartuig waarvan de lengte 45 m of meer bedraagt moet een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd veiligheidsplan, bestaande uit een algemeen plan van het vaartuig, aangevende de diverse dekken en compartimenten, toegangen tot deze compartimenten en de verbindingen tussen de dekken onderling, aanwezig zijn. Voorts moet op dat plan op duidelijke en overzichtelijke wijze worden aangegeven:

1°. redding- en veiligheidsmiddelen;

2°. waterdichte deuren met hun bedieningsplaatsen;

3°. bedieningsmiddelen voor overvloeiinrichtingen;

4°. algemeen alarminstallatie; en

5°. noodstop- en snelsluitinrichtingen.

2 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven omtrent de uitvoering van het veiligheidsplan.

3 Veranderingen in de op het veiligheidsplan aangegeven inrichting en uitrusting behoeven de goedkeuring van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Het aan boord aanwezige exemplaar van het veiligheidsplan moet zijn bijgewerkt overeenkomstig deze veranderingen.

4 Het in het eerste lid voorgeschreven veiligheidsplan mag met de brandbeveiligingsplannen als bedoeld in de artikelen 164 en 184 tot een gezamenlijk plan worden gecombineerd.

Regeling
Vissersvaartuigenbesluit
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0004607
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl