wetzoeker

Artikel 109 Vissersvaartuigenbesluit

Elektrische installaties

1 Aan boord van een vaartuig moeten de elektromotoren voor:

1°. kunstmatige ventilatie van ruimten voor accommodatie, dienstruimten, controlestations en ruimten voor machines voldoen aan het bepaalde in artikel 146, derde lid, of artikel 171, eerste lid;

2°. kunstmatige ventilatie van ladingruimten buiten deze ruimten kunnen worden gestopt;

3°. geforceerde trek vanaf een plaats buiten de ruimte waar de ketel is of waar de ketels zijn opgesteld, en buiten een ruimte voor machines van categorie A kunnen worden gestopt; en

4°. brandstoftrimpompen, pompen van oliestookinrichtingen en dergelijke brandstofpompen voldoen aan het gestelde in artikel 148, achtste lid of artikel 173, zevende lid.

2 Aan boord van een vaartuig moeten elektrisch gedreven dekwerktuigen zijn voorzien van een noodstopinrichting als bedoeld in artikel 106, derde lid.

3 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven voor noodstopinrichtingen van centrale verwarmingsinstallaties.

4 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven voor noodstopinrichtingen van vislieren.

Regeling
Vissersvaartuigenbesluit
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0004607
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl