wetzoeker

Wet vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon- en inkomstenbelasting

Wet van 27 april 1989, tot herziening van de belastingheffing naar aanleiding van de voorstellen van de commissie tot vereenvoudiging van de loonbelasting en de inkomstenbelasting

Soort
Wet
Geldend vanaf
31-12-1990
Rechtsgebied
Belastingrecht, Inkomstenbelasting, Loonbelasting en premieheffing
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0004536
Versie
1990-12-31_0
SHA-256 bron
5873a3370ab948bcf3b3372f268406b5bb396e6b5bc5385f6bbf252702e77754

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel IXa
  11. Artikel X
  12. Artikel XI

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

1 In afwijking van artikel 45, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 zijn tevens persoonlijke verplichtingen over kalenderjaren of gedeelten van kalenderjaren die eindigen vóór 1 januari 1990 verschuldigde premies en premievervangende belasting ingevolge de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1965, 429) alsmede bij wege van aanslag geheven dan wel verhaalde premies en premievervangende belasting ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655), de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1987, 90) en de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1). De in de vorige volzin bedoelde premies en premievervangende belasting, alsmede de negatieve persoonlijke verplichtingen ter zake daarvan, worden voor de toepassing van

a. artikel 5, derde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 aangemerkt als persoonlijke verminderingen en vermeerderingen van het onzuivere inkomen;

b. artikel 5, tiende en elfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 aangemerkt als bestanddelen van het inkomen van het in die bepalingen bedoelde kind.

2 In afwijking van artikel 48, derde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt bij de bepaling van het binnenlandse inkomen het binnenlandse onzuivere inkomen voorts verminderd met de als persoonlijke verplichtingen aan te merken premies en premievervangende belasting bedoeld in het eerste lid, eerste volzin.

3 Indien het kalenderjaar 1987 als laatste jaar is begrepen in een tijdvak waarover een teruggaaf is verleend als bedoeld in artikel 67, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en in artikel 2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 1964 (Stb. 524) zoals deze artikelen luidden onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze wet, geldt voor de kalenderjaren 1988 en 1989, in afwijking in zoverre van die artikelen, in plaats van een tijdvak van drie aaneengesloten gehele kalenderjaren een tijdvak van twee aaneengesloten gehele kalenderjaren.

Artikel IXa

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Ter bevordering van een goede uitvoering van artikel 62, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 kunnen voor de eerste vijf jaren waarin die bepalingen toepassing vinden, bij ministeriële regeling nadere, zo nodig afwijkende, regels worden gesteld.

Artikel XI

1 Deze wet treedt in werking op een nader bij wet vast te stellen tijdstip, waarbij onderdelen van deze wet met ingang van verschillende tijdstippen van toepassing kunnen worden verklaard.

2 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon- en inkomstenbelasting.