wetzoeker

Artikel 5 Regeling bepalingsmethoden organisch-halogeengehalte van brandstoffen

Meetmethode voor de bepaling van het gehalte aan organische halogeenverbindingen in minerale smeer- en systeemolie

Alle reagentia en hulpstoffen dienen ten minste van analysekwaliteit te zijn. De bruikbaarheid van de reagentia dient vooraf te worden gecontroleerd door middel van een blanco bepaling.

Aceton p.a.

n-Hexaan p.a.

Petroleumether, kooktraject 40–60 °C

n-Hexadecaan p.a.

Aldrin, C12H8Cl6, zuiverheid groter dan 95%

Aldrinoplossing: bereid een oplossing met een Cl-gehalte van ca. 3,3 mmol/L (= ca. 120 mg/L) door ca. 20 mg Aldrin nauwkeurig af te wegen en op te lossen in 100 ml aceton en te homogeniseren. Maak van deze oplossing een 10- en 100-voudige verdunning in petroleumether/n-hexadecaan (90 + 10 v/v).

Microcoulometer (bijvoorbeeld Euroglas, Delft) voor de bepaling van organohalogeenverbindingen, waarmee 10 ng chloor per tritratie met een standaardafwijking van kleiner dan 10% kan worden bepaald, en die is uitgerust met een gaswasser gevuld met geconcentreerd zwavelzuur ter verwijdering van storende componenten. Het rendement van deze coulometer voor een standaardoplossing van Aldrin in petroleumether/n-hexadecaan dient ten minste 90% te zijn.

De microcoulometer bestaat uit een kwarts ovenbuis die verhit wordt tot 850°C. Hierin vindt de verbranding plaats in een Argon-Zuurstof atmosfeer. In de titratiecel bevinden zich twee electrodenparen, een meetkoppel en een generatiekoppel. De microcoulometer meet een potentiaalverschil tussen het meetkoppel, vergelijkt dit met een referentiepotentiaal (bias) en genereert een stroom door het generatiecircuit evenredig aan dit verschil. Deze stroom is een maat voor de hoeveelheid getitreerde halogenen.

Regeling
Regeling bepalingsmethoden organisch-halogeengehalte van brandstoffen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-12-2009
BWB-id
BWBR0004524
Versie
2009-12-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl