wetzoeker

Uitvoeringsregeling beleggingen IOF en OFB

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-1989
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Effectenrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0004476
Versie
1989-01-01_0
SHA-256 bron
de12f91bfd49bfafd0a3ef9b892aa711361c57920dca1c44d3491a7984e4014d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Paragraaf 1 — Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder

fonds:

het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds, bedoeld en de Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205), en het

Ouderdomsfonds B,

bedoeld in de Ouderdomswet 1919 (Stb. 1919, 628).

Paragraaf 1 — Algemeen

Artikel 2

De Sociale Verzekeringsraad wordt in zijn toezichthoudende taak op de beleggingen van de fondsen geadviseerd en bijgestaan door de beleggingscommissie als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van het Besluit beleggingsvoorschriften sociale verzekeringsfondsen (Stcrt. 1982, 150).

Paragraaf 2 — Beleggingen

Artikel 3

1 Belegging in schuldbrieven is toegestaan, mits die schuldbrieven luiden in Nederlands courant en hetzij zijn uitgegeven ten laste van hetzij rechtstreeks, volledig en onvoorwaardelijk voor rente en aflossing zijn gewaarborgs door:

a. de Nederlandse Staat;

b. een Nederlands openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid anders dan de Staat;

c. een internationaal lichaam, waarin de Nederlandse Staat, te zamen met andere Staten deelneemt.

2 Belegging in schuldbrieven is voorts toegestaan in schuldbrieven die luiden in Nederlands courant en zijn uitgegeven ten laste van een in Nederland gevestigde maatschappij naar Nederlands recht.

Paragraaf 2 — Beleggingen

Artikel 4

1 Voor belegging in onderhandse geldleningen is artikel 3 van overeenkomstige toepassing.

2 Belegging is bovendien toegestaan in onderhandse geldleningen die zijn uitgegeven ten laste van een natuurlijke persoon, mits deze leningen op het moment van verstrekking volledig gewaarborgd zijn door het recht van hypotheek op onroerende goederen in Nederland gelegen, en luiden in Nederlands courant.

Paragraaf 2 — Beleggingen

Artikel 5

Belegging is toegestaan in aandelen en certificaten van aandelen, genoteerd aan een officiële beurs, luidend in Nederlands courant en uitgegeven door een in Nederland gevestigde maatschappij naar Nederlands recht.

Paragraaf 2 — Beleggingen

Artikel 6

Belegging in oroerende goederen is toegestaan in onroerend goed in Nederland gelegen.

Paragraaf 2 — Beleggingen

Artikel 7

Belegging op termijn van twee jaren of korter is voorts toegestaan in bankdeposito's, die worden aangehouden bij een in Nederland gevestigde geregistreerde kredietinstelling, mits deze bankdeposito's luiden in Nederlands courant.

Paragraaf 3 — Slotbepalingen

Artikel 8

Beleggingen die zijn verricht voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling en die niet overeenstemmen met de in deze regeling vervatte regels moeten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling hetzij te gelde worden gemaakt hetzij in overeenstemming met deze regels worden gebracht.

Paragraaf 3 — Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling, die in de Nederlandse Staatscourant wordt geplaatst, treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 8 december 1988 (Stb. 1988, 562) tot intrekking van de Beleggingswet, in werking treedt.

Paragraaf 3 — Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling beleggingen IOF en OFB.