wetzoeker

Intrekkingswet Beleggingswet

Wet van 8 december 1988, houdende intrekking van de Beleggingswet

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2002
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Effectenrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0004446
Versie
2002-01-01_0
SHA-256 bron
e8541dd331e54d17e3000b450a50da534367b51200765050398f5d3441e2bc9d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

1 De Beleggingswet (Stb. 1939, 400) wordt ingetrokken.

2 De Centrale Beleggingsraad wordt opgeheven.

Artikel 2

De Sociale verzekeringsbank is belast met de belegging van de gelden en het te gelde maken van de beleggingen van het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds, bedoeld in de Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205), en het Ouderdomsfonds B, bedoeld in de Ouderdomswet 1919 (Stb. 1919, 628).

Artikel 3

1 De belegging van de gelden en het te gelde maken van de beleggingen van het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds, onderscheidenlijk het Ouderdomsfonds B geschieden uitsluitend in het belang van het fonds, en met inachtneming van algemeen aanvaarde bedrijfseconomische eisen op beleggingsgebied als rentabiliteit, liquiditeit, solvabiliteit, risicospreiding en de afstemming op de opbouw van de verplichtingen van het fonds.

2 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels ten aanzien van de belegging van de gelden en het te gelde maken van de beleggingen van de in het eerste lid genoemde fondsen, voor zover dat nodig is in verband met de in het eerste lid genoemde eisen, alsmede ten aanzien van het toezicht op de beleggingen.

Artikel 4

De onder de Centrale Beleggingsraad berustende archiefbescheiden worden overgebracht naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats, onder de beperking dat de archiefbescheiden welke jonger zijn dan dertig jaar niet openbaar zijn.

Artikel 5

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.