wetzoeker

Vergaderverordening Nederlandse loodsencorporatie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
06-03-2008
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0004389
Versie
2008-03-06_0
SHA-256 bron
8476e45a58d24ceeb6fa4983954b4293f64c444b40ef93f30d1687dae5da3206

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (65)
  1. Artikel I
  2. Artikel 1
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 5a
  8. Artikel 6
  9. Artikel 7
  10. Artikel 8
  11. Artikel 9
  12. Artikel 10
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Artikel 32
  35. Artikel 33
  36. Artikel 34
  37. Artikel 35
  38. Artikel 36
  39. Artikel 37
  40. Artikel 38
  41. Artikel 39
  42. Artikel 40
  43. Artikel 41
  44. Artikel 42
  45. Artikel 43
  46. Artikel 44
  47. Artikel 45
  48. Artikel 46
  49. Artikel 47
  50. Artikel 48
  51. Artikel 49
  52. Artikel 50
  53. Artikel 51
  54. Artikel 52
  55. Artikel 53
  56. Artikel 54
  57. Artikel 55
  58. Artikel 56
  59. Artikel 57
  60. Artikel 58
  61. Artikel 59
  62. Artikel 60
  63. Artikel 61
  64. Artikel 62
  65. Artikel II

Artikel I

De verordening, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel d, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353), wordt als volgt vastgesteld:

Verordening inzake de ledenvergadering van de corporatie

(Vergaderverordening Nederlandse loodsencorporatie)

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 1

De algemeen secretaris van de corporatie treedt op als secretaris van de ledenvergadering van de corporatie.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 2

De oproep tot bijeenkomst van de ledenvergadering geschiedt ten minste zes weken tevoren door toezending aan de leden van de agenda, vermeldende dag, plaats en aanvangsuur van de ledenvergadering door de secretaris.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 3

Indien in het geval, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353), niet binnen 14 dagen aan het verzoek gevolg is gegeven, kan de ledenvergadering bijeengeroepen worden door de verzoeker of de verzoekers.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 4

Van ingekomen stukken bij de algemene raad, waarvan het de bedoeling is dat zij in de vergadering als ingekomen stuk vermeld worden, moet dat daaruit duidelijk blijken.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 5

De stukken bedoeld in artikel 4 dienen ten minste 24 uur voor de aanvang der ledenvergadering in het bezit van de voorzitter of de secretaris te zijn. Later ingekomen stukken worden op de eerstvolgende ledenvergadering vermeld.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 5a

1 Een motie is een voorstel, ondertekend door tenminste 5% van het aantal leden, tot het doen van een uitspraak van de vergadering over een niet geagendeerd onderwerp, dat valt binnen de bij of krachtens de wet geregelde taken en bevoegdheden van de ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie.

2 Ten aanzien van de behandeling van de motie bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen in deze verordening met betrekking tot amendementen van overeenkomstige toepassing.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 6

Amendementen en zienswijzen van leden en zienswijzen van belanghebbenden dienen als zodanig aangeduid uiterlijk drie weken tevoren te worden toegezonden aan de algemene raad.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 7

De algemene raad draagt ervoor zorg, dat haar schriftelijk reactie op het ingezonden amendement, zienswijze van een lid of zienswijze van belanghebbende, met een afschrift daarvan uiterlijk tien dagen voor de ledenvergadering in het bezit is van de leden en indien de zienswijze door belanghebbende is ingediend, eveneens in het bezit is van belanghebbende.

1 — Algemeen › Hoofdstuk I — Oproep en inzending stukken

Artikel 8

De secretaris zorgt ervoor dat een afschrift van de notulen uiterlijk zes weken vóór de volgende ledenvergadering voor de leden ter inzage wordt gelegd op de kantoren van de regionale loodsencorporaties.

1 — Algemeen › Hoofdstuk II — Toegang en presentielijst

Artikel 9

Toegang tot de ledenvergadering hebben:

a. alle registerloodsen;

b. degenen, die toestemming hebben verkregen van de voorzitter.

1 — Algemeen › Hoofdstuk II — Toegang en presentielijst

Artikel 10

Toegang tot het gedeelte van de ledenvergadering, waarin ontwerpen van verordeningen aan de orde zijn hebben alle belanghebbenden en belangstellenden.

1 — Algemeen › Hoofdstuk II — Toegang en presentielijst

Artikel 11

Belanghebbende is degene die zich uiterlijk drie weken tevoren schriftelijk en met redenen omkleed als zodanig bij de algemene raad heeft aangemeld, en aan wie een schriftelijk toegangsbewijs als belanghebbende is verstrekt.

1 — Algemeen › Hoofdstuk II — Toegang en presentielijst

Artikel 12

Belangstellende is degene die zich uiterlijk drie weken tevoren schriftelijk als zodanig bij de algemene raad heeft aangemeld, en aan wie een schriftelijk toegangsbewijs als belangstellende is verstrekt.

1 — Algemeen › Hoofdstuk II — Toegang en presentielijst

Artikel 13

De aanwezigen bij een ledenvergadering tekenen de presentielijst, die is onderverdeeld in de rubrieken ‘leden’, ‘belanghebbenden’, en ‘belangstellenden’, met volledige naam en handtekening.

1 — Algemeen › Hoofdstuk III — Aanvang, schorsing en verdaging

Artikel 14

Wanneer de voorzitter bij de opening van de ledenvergadering vaststelt, dat er blijkens de presentielijst minder dan 5% van het aantal leden aanwezig is, schorst hij de vergadering voor twee uren.

1 — Algemeen › Hoofdstuk III — Aanvang, schorsing en verdaging

Artikel 15

Indien na de schorsing minder dan 5% van het aantal leden aanwezig is, verdaagt de voorzitter de vergadering twee weken.

1 — Algemeen › Hoofdstuk III — Aanvang, schorsing en verdaging

Artikel 16

De secretaris zendt de leden zo spoedig mogelijk een mededeling van de verdaging, en van dag, plaats en aanvangsuur van de verdaagde ledenvergadering.

1 — Algemeen › Hoofdstuk III — Aanvang, schorsing en verdaging

Artikel 17

Een verdaagde ledenvergadering wordt gehouden, ongeacht het aantal aanwezige leden.

1 — Algemeen › Hoofdstuk IV — Leiding en notulering

Artikel 18

De voorzitter van de corporatie of diens vervanger leidt de vergadering.

1 — Algemeen › Hoofdstuk IV — Leiding en notulering

Artikel 19

Bij afwezigheid van de voorzitter of diens vervanger voorziet de ledenvergadering zelf in haar leiding.

1 — Algemeen › Hoofdstuk IV — Leiding en notulering

Artikel 20

De secretaris draagt zorg voor de samenstelling van de notulen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk IV — Leiding en notulering

Artikel 21

De notulen bevatten in elk geval:

a. een kort verslag van de beraadslaging der behandelde agendapunten;

b. een letterlijke inhoud van de gedane voorstellen van orde;

c. een overzicht van het verloop van de stemmingen;

d. de inhoud van de door de ledenvergadering genomen besluiten.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 22

De volgorde der werkzaamheden op de vergadering is de volgende:

1. Opening

2. Mededelingen

3. Ingekomen stukken

4. Instellen stemcommissie

5. Notulen vorige vergadering

6. Behandeling van de overige onderwerpen, die vermeld staan op de agenda

7. Rondvraag

8. Sluiting.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 23

Elk lid, dat, en elke belanghebbende, die de presentielijst heeft getekend, heeft het recht om binnen de door de voorzitter vastgestelde vergaderorde ter vergadering het woord te voeren.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 24

Niemand voert het woord dan na het aan de voorzitter verzocht en verkregen te hebben.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 25

De voorzitter verleent het woord in de door hem te bepalen volgorde en kan daarbij de spreektijd bepalen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 26

Elk lid dat de presentielijst heeft getekend heeft het recht ter vergadering inlichtingen te vragen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 27

De algemene raad geeft op een verzoek om inlichtingen dadelijk mondeling of op een nader te bepalen tijdstip schriftelijk antwoord.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 28

De voorzitter kan beslissen dat wordt beraadslaagd over meerdere amendementen of zienswijzen tegelijk.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 29

Amendementen of zienswijzen kunnen door de indieners worden ingetrokken tot op het moment van stemming hierover.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 30

Een ingetrokken amendement kan worden overgenomen en wordt in dat geval eveneens behandeld.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 31

Elk lid, dat, en elke belanghebbende, die de presentielijst heeft getekend, heeft het recht om, binnen de door de voorzitter te bepalen vergaderorde voorstellen van orde in te dienen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 32

Een voorstel van orde is een voorstel betreffende de loop van de vergadering.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 33

Een voorstel van orde wordt onmiddellijk behandeld, voor zover de door de voorzitter te bepalen vergaderorde dat toelaat.

1 — Algemeen › Hoofdstuk V — Beraadslaging

Artikel 34

De voorzitter kan aanwezigen bij de vergadering die de orde verstoren van de vergadering uitsluiten.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 35

Na het sluiten der beraadslagingen, maar voorafgaande aan de stemming, kan de voorzitter toestaan dat er stemverklaringen worden afgelegd.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 36

Besluitvorming over amendementen vindt plaats voordat over het voorstel waarop ze zijn ingediend wordt besloten.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 37

De amendementen worden in de door de voorzitter vastgestelde volgorde ter stemming gebracht.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 38

Alle besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de stemmen, welke ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd worden uitgebracht, met dien verstande dat daartoe tenminste 25% van de leden uit ieder van tenminste drie regio's, bedoeld in artikel 10 van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353), ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd, dient te behoren.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 39

Elk lid van de corporatie heeft één stem.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 40

Elk lid dat de presentielijst heeft getekend kan maximaal twee volmachtstemmen uitbrengen voor afwezige leden, mits hij de schriftelijke volmachten voor de aanvang van de ledenvergadering heeft getoond aan de secretaris.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 41

Een volmacht wordt schriftelijk gegeven en vermeldt:

a. e naam van de volmachtgever en diens handtekening; en

b. de naam van de gevolmachtigde en diens handtekening.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 42

De voorzitter maakt de uitslag der stemming terstond bekend.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 43

Blanco en niet geldig uitgebrachte stemmen worden bij de bepaling van de meerderheid afgetrokken van het getal der leden die aan de stemming hebben deelgenomen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 44

In geval van twijfel over de inhoud of de geldigheid van een stembriefje beslist de voorzitter.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 45

Bij het staken der stemmen wordt onmiddellijk een tweede stemming gehouden.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 1 — Algemene bepalingen

Artikel 46

Indien bij een voorstel van orde de stemmen staken beslist de voorzitter.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 2 — Stemmen over zaken

Artikel 47

Stemmen over zaken geschiedt elektronisch of door handopsteken.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 2 — Stemmen over zaken

Artikel 48

De ledenvergadering kan hoofdelijke stemming over zaken vragen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 2 — Stemmen over zaken

Artikel 49

Hoofdelijke stemming geschiedt door oproeping der namen volgens de presentielijst.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 2 — Stemmen over zaken

Artikel 50

Indien in geval van stemmen over zaken de stemmen voor de tweede keer staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 3 — Stemmen over personen

Artikel 51

Stemmen over één of meerdere personen geschiedt schriftelijk op gesloten en ongetekende briefjes of elektronisch.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 3 — Stemmen over personen

Artikel 52

De stemming over personen die in een bepaald verband moeten gaan samenwerken, geschiedt op hun verzoek over de groep in zijn geheel.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 3 — Stemmen over personen

Artikel 53

Tegenkandidaten dienen zich uiterlijk drie weken voor de aanvang van de ledenvergadering waarop de tegenkandidatuur in stemming moet worden gebracht, schriftelijk bij de secretaris als zodanig te hebben gemeld.

1 — Algemeen › Hoofdstuk VI — Besluitvorming › § 3 — Stemmen over personen

Artikel 54

Indien in geval van stemmen over personen de stemmen voor de tweede keer staken, beslist het lot.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 55

Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de corporatie wordt een jaarvergadering gehouden.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 56

Op de agenda van de jaarvergadering komen ten minste de volgende punten voor:

a. vaststelling van het jaarverslag van de algemene raad;

b. vaststelling van de rekening en verantwoording van de algemene raad over het beheer van de financiën in het afgelopen boekjaar;

c. vaststelling van de begroting van de corporatie voor het komende boekjaar, alsmede zo nodig van een aanvullende begroting voor het lopende boekjaar.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 57

De ledenvergadering benoemt jaarlijks, doch uiterlijk zes maanden voor de jaarvergadering een register-accountant, tot onderzoek van de rekening en verantwoording over het lopende boekjaar.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 58

De algemene raad is verplicht aan deze register-accountant alle gewenste inlichtingen en inzicht in de boeken en bescheiden van de corporatie te verschaffen.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 59

De voorzitter draagt ervoor zorg dat de register-accountant, bedoeld in artikel 57, ter jaarvergadering verslag uit brengt van zijn bevindingen.

2 — De Jaarvergadering

Artikel 60

Indien de ledenvergadering ten aanzien van één of meer punten, bedoeld in artikel 56, vaststelling weigert, neemt zij al die maatregelen, die zij in het belang van de corporatie noodzakelijk acht.

3 — Overige bepalingen

Artikel 61

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter.

3 — Overige bepalingen

Artikel 62

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Vergaderverordening Nederlandse loodsencorporatie’.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1988.

Deze regeling zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.