wetzoeker

Artikel 3 Scheepvaartverkeerswet

Inleidende bepaling

1 Toepassing van de artikelen 4, 10, vierde lid, 11 en 12 kan, behoudens het bepaalde in het tweede lid, slechts geschieden in het belang van:

a. het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;

b. het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

c. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;

d. het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s in verband met schepen;

e. het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen.

2 Toepassing van artikel 4 ten behoeve van een in het eerste lid genoemd belang kan mede geschieden in het belang van het voorkomen of beperken van:

a. hinder of gevaar door het scheepvaartverkeer voor personen die zich anders dan op een schip te water bevinden;

b. schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen.

Regeling
Scheepvaartverkeerswet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0004364
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl