wetzoeker

Artikel 10 Scheepvaartverkeerswet

Het loodsen

1 De kapitein van een zeeschip maakt tijdens de vaart op de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehavengebied, gebruik van de diensten van een loods.

2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder zeehavengebied verstaan de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehaven, die de aanloop daarnaar vormen of de verbinding vormen tussen zeehavens.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de in het eerste lid bedoelde zeehavengebieden en scheepvaartwegen nader aangeduid.

4 Onverminderd het eerste lid maakt de kapitein van een zeeschip in ieder geval in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen omstandigheden, ook op andere daarvoor aangewezen scheepvaartwegen gebruik van de diensten van een loods.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het gezag aangewezen dat op een in die maatregel aan te geven wijze belast wordt met de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen.

Regeling
Scheepvaartverkeerswet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0004364
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl