wetzoeker

Artikel 8a Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

De voorwaarden voor het recht op uitkering

1 De inkomsten uit arbeid worden niet met de uitkering verrekend:

a. gedurende een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden voor 15 procent van deze inkomsten per maand, indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van deze persoon;

b. ten aanzien van degene die medisch urenbeperkt is: voor 15 procent van deze inkomsten per maand;

2 Nadat de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is verstreken kan het college de periode waarin de inkomsten uit arbeid niet worden verrekend verlengen met een door het college te bepalen periode, indien het college een uitbreiding van de arbeidsomvang gelet op de individuele omstandigheden niet mogelijk acht.

3 Indien de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, is verstreken zonder dat deze is verlengd, kan het college nogmaals toepassing geven aan het eerste lid indien de persoon nadien een nieuw dienstverband is aangegaan.

Regeling
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Afkortingen
IOAZ, Wet IOAZ
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0004163
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl