Overeenkomst d.d. 11 mei 1981 inzake vaststelling van een uniforme gedragslijn ten aanzien van niet op naam gestelde spaarbewijzen Besluit ex artikel 2 Wet inzake spaarbewijzen
Gelet op de wenselijkheid om:
a. de administratieve afwikkeling van transacties in nieuw uit te geven niet op naam gestelde spaarbewijzen in overeenstemming te brengen met de bestaande gedragslijn ten aanzien van ter beurze genoteerde effecten in het algemeen, alsmede
b. nadere regels vast te stellen met betrekking tot de publikatie rond, en vorm van, bedoelde spaarbewijzen
is ...................., hierna te noemen
bereid een overeenkomst aan te gaan met De Nederlandsche Bank N.V., hierna te noemen De Bank, ten doel hebbende de vaststelling van een uniforme gedragslijn dienaangaande.
Uit dezen hoofde, alsmede overwegende dat bij de wet zal worden verboden de bedrijfsmatige verhandeling, anders dan door tussenkomst van een lid van de Vereniging voor de Effectenhandel, dan wel door of namens de onderneming of instelling, die het betrokken papier heeft uitgegeven, van niet op naam gestelde spaarbewijzen uitgegeven na 10 mei 1981 hierna aan te duiden als nieuwe spaarbewijzen, verbindt ............ zich, namens de bij haar aangesloten instellingen, tot naleving van de navolgende regels ten aanzien van bedoelde nieuwe spaarbewijzen:
1. Bij transacties in de nieuwe spaarbewijzen zal een registratienota worden opgemaakt met tenminste de volgende gegevens:
- naam en adres van degene met wie de transactie is verricht;
- de aard van de transactie;
- een duidelijke omschrijving van het aantal en de soort van de spaarbewijzen.
Onder transacties worden in ieder geval verstaan afgifte, aankoop, verkoop, ruil en verzilvering.
2. De vaststelling van naam en adres, als hierboven bedoeld, geschiedt met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Indien kan worden vastgesteld dat opgegeven naam en adres onjuist zijn of indien de betrokkene geen naam of adres wenst op te geven, wordt afgezien van de transactie.
3. Van de onder punt 1 bedoelde verplichting wordt op de niet ter beurze genoteerde nieuwe spaarbewijzen melding gemaakt.
4. In publikaties met betrekking tot de nieuwe spaarbewijzen wordt afgezien van vermelding van de term "aan toonder". De aanduiding van het toonderkarakter op het papier zelf geschiedt voortaan slechts in de vorm zoals die bij effecten in het algemeen gebruikelijk is.
5. De onder de punten 1 en 2 vastgelegde uniforme gedragslijn beoogt uitsluitend overeenstemming te bewerkstelligen met de bestaande gedragslijn ten aanzien van ter beurze genoteerde effecten in het algemeen. Indien laatstbedoelde gedragslijn bij individuele instellingen zou blijken af te wijken van hetgeen hier is gesteld, zullen deze instellingen hun gedragslijn ten aanzien van ter beurze genoteerde effecten dienovereenkomstig aanpassen.
6. De overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd, met dien verstande, dat zij geacht zal worden te zijn beëindigd uiterlijk zes maanden nadat in het overleg tussen de Bank en ............, dan wel een der andere bij deze regeling betrokken partijen, geen voldoende overeenstemming over de wenselijkheid van het voortbestaan van deze overeenkomst zal blijken te bestaan. In verband hiermede zal de bank wanneer bovenbedoelde situatie zich voordoet, de overige bij de regeling betrokken partijen daarvan in kennis stellen.
- Regeling
- Besluit ex artikel 2 Wet inzake spaarbewijzen
- Soort
- KB
- Geldend vanaf
- 08-04-1987
- BWB-id
- BWBR0004124
- Versie
- 1987-04-08_0