wetzoeker

Artikel 47 Werkloosheidswet

De hoogte van de uitkering

1 De uitkering op grond van deze wet bedraagt per kalendermaand:

a. 0,75 x (A – B x C/D) – E over de eerste twee maanden waarin recht op een uitkering bestaat; en

b. 0,7 x (A – B x C/D) – E vanaf de derde maand waarin recht op een uitkering bestaat.

Hierbij staat:

A voor het maandloon;

B voor het inkomen in een kalendermaand;

C voor het dagloon;

D voor het dagloon waarnaar de uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag; en

E voor het inkomen in verband met arbeid.

2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen in verband met arbeid, bedoeld in het eerste lid wordt verstaan.

Regeling
Werkloosheidswet
Afkortingen
WW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0004045
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl