wetzoeker

Artikel 30 Intrekkingswet BB

Overgangs- en slotbepalingen

1 Rechtsgedingen die betrekking hebben op de rechtspositie van de noodwachter worden na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 4,eerste lid, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid, voortgezet door of tegen onderscheidenlijk gevoerd door of tegen Onze Minister.

2 De overige rechtsgedingen, waarbij een kring betrokken is, worden met ingang van de datum waarop de liquidatie is voltooid doch uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen de gemeente, waar de kring zijn zetel heeft.

3 Ten aanzien van de rechtsgedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde in de artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Intrekkingswet BB
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBR0003986
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl