wetzoeker

Artikel 38 Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

1 De gepensioneerde, die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie maanden, tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting, tot plaatsing in een tuchtschool voor drie maanden, of tot enige zwaardere straf, of op bevel van de rechter ter beschikking van de Regering is gesteld, mist over de tijd gedurende welke hij zijn straf ondergaat of van Regeringswege in zijn opvoeding wordt voorzien, of gedurende welke hij zich door de vlucht aan de tenuitvoerlegging van het vonnis onttrekt, het genot van buitengewoon pensioen en garantietoeslag.

2 De Sociale verzekeringsbank is bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag over die tijd geheel of ten dele aan of ten behoeve van de echtgenoot of minderjarige kinderen van de gepensioneerde te doen uitbetalen.

3 De Sociale verzekeringsbank is tevens bevoegd om, voor zover van de bevoegdheid in het tweede lid bedoeld, geen gebruik is gemaakt, de gepensioneerde, die al of niet voorwaardelijk uit de gevangenis, uit de Rijkswerkinrichting of uit de tuchtschool is ontslagen, of wiens opvoeding van Regeringswege is beëindigd, in het genot te stellen van een uitkering ten bedrage van ten hoogste de helft van het niet uitgekeerde bedrag, tot een maximum van de helft van het jaarlijkse bedrag van het buitengewoon pensioen en garantietoeslag.

Regeling
Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
Afkortingen
WIV
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0003968
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl