wetzoeker

Besluit voorwaarden schone en beperkt schone personenauto's

Besluit van 26 maart 1986, houdende voorwaarden schone en beperkt schone personenauto's

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-1986
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu, Vervoersrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0003932
Versie
1986-04-01_0
SHA-256 bron
3aee9c58780f8f90622602183fe2a0889096711b5154b0f22618df45c8aeb676

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (2)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2

Artikel 1

1 Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van de Wet houdende tijdelijke fiscale maatregelen ter bevordering van het gebruik van ongelode benzine en de aankoop van schone en van beperkt schone personenauto’s (Stb. 1986, 112) wordt als een schone onderscheidenlijk beperkt schone personenauto aangemerkt een personenauto die is bestemd om te worden voortbewogen door een kracht die wordt ontleend aan lichte olie als is bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de accijns van minerale oliën (Stb. 1964, 207) en die behoort tot een type motorrijtuig waarvan is vastgesteld dat de uitworp van verontreinigende uitlaatgassen niet hoger is dan de in grammen per proef uitgedrukte grenswaarden die zijn gesteld in onderscheidenlijk het tweede lid en het derde lid.

2 Voor een als schoon aan te merken type personenauto:

Met een cilinderinhoud van | is de grenswaarde voor

koolmonoxide | gecombineerde koolwaterstoffen en stikstofoxiden | stikstofoxiden

minder dan 1,4 l | 38,25 | 12,75 | 6

1,4 l of meer doch niet meer dan 2 l | 30 | 8 | niet afzonderlijk gesteld

meer dan 2 l | 25 | 6,5 | 3,5

3 Voor een als beperkt schoon aan te merken type personenauto:

Met een referentie massa van | is de grenswaarde voor

gecombineerde koolwaterstoffen en stikstofoxiden | stikstofoxiden

niet meer dan 1250 kg | 12,75 | 6

meer dan 1 250 kg | 15 | 6

4 Voor de toepassing van dit besluit behoort een personenauto tot het type motorrijtuig waartoe deze wordt geacht te behoren krachtens artikel 1, derde lid, van het Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1974, 632).

5 Voor de toepassing van het derde lid wordt onder referentiemassa verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I van de richtlijn inzake maatregelen tegen luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motoren in motorvoertuigen van de Raad van de Europese Gemeenschappen (nr. 70/220/EEG, PbEG L 76), zoals deze is gewijzigd bij de richtlijn tot wijziging van richtlijn 70/220/EEG (nr. 83/351/EEG, PbEG L 197).

6 De uitworp van verontreinigende uitlaatgassen als is bedoeld in dit besluit wordt voor een type personenauto vastgesteld volgens de testprocedure die is opgenomen in de in het vijfde lid bedoelde bijlage.

7 Onze Ministers van Financiën en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen regelen geven waarbij wordt toegestaan dat het vaststellen van de in het tweede lid bedoelde uitworp van verontreinigende uitlaatgassen geschiedt volgens een testprocedure, gelijkwaardig aan die welke is bedoeld in het zesde lid.

8 Onze Minister van Financiën kan regelen stellen ter zake van de uitvoering.

Artikel 2

1 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet houdende tijdelijke fiscale maatregelen ter bevordering van het gebruik van ongelode benzine en de aankoop van schone en van beperkt schone personenauto’s in werking treedt.

2 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit voorwaarden schone en beperkt schone personenauto’s.