wetzoeker

Voorwoord Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid

De Richtlijnen voor het beoordelen van oprichtingen en statutenwijzigingen zijn herzien als uitvloeisel van drie ontwikkelingen. Ten eerste is het wenselijk gebleken het toezicht bij oprichting te verscherpen. Daartoe zijn vragenlijsten ingevoerd. Ten tweede is gehoor gegeven aan de wens de richtlijnen te bekorten en enigermate te versoepelen. Ten derde zijn de toe te passen wetsartikelen inmiddels gewijzigd, vooral door de Aanpassingswet tweede richtlijn en de Nieuwe regeling voor het kapitaal van de b.v. Het supplement 1981, dat aansloot op de Aanpassingswet tweede richtlijn, en de sinds de richtlijnen 1976 verschenen departementale standpunten zijn verwerkt.

Uitgangspunen bij de nieuwe opzet van de richtlijnen zijn dat aangegeven wordt waarop het departement vooral let, dat de wet slechts wordt aangehaald, waar dat nodig is om het verband in het betoog te handhaven, en dat over bepalingen van akten waarover twijfel blijkt te zijn gerezen, wordt vermeld of het departement deze wel of niet toestaat. Voor het overige wordt van de stellers van statuten verwacht dat zij nagaan welke grenzen het recht stelt. De vraag of een bepaling of het besluit waarbij die wordt vastgesteld in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, zal het departement ter beoordeling overlaten aan de rechter.

Voorts zijn voor het gemak van de gebruikers de delen waarin de richtlijnen voor naamloze en besloten vennootschappen onderling afweken, te weten de hoofdstukken Aandelen en Blokkeringsregelingen, nu afzonderlijk uitgeschreven voor elke rechtsvorm. De samenhang van deze hoofdstukken is van groter belang dat het vestigen van de aandacht op de onderlinge verschillen.

Enkele richtlijnen, die strenger bleken dan een redelijke uitleg vereist, zijn versoepeld of geschrapt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bepalingen over pandrecht en vruchtgebruik. Enkele andere zijn geschrapt omdat zij volstrekt vanzelf spraken, zoals de richtlijn dat als anderen dan aandeelhouders delen in de winst, de statuten moeten bepalen wie dat zijn. Uit dezelfde overweging zijn enkele wijdlopig gestelde richtlijnen nu bondiger onder woorden gebracht en is zuinigheid betracht in het geven van voorbeelden.

Deze uitgave van de richtlijnen brengt geen nieuws in de regels die slechts betrekking hebben op structuurvennootschappen.

Deze richtlijnen zullen worden gehanteerd vanaf het in werking treden van de wet Nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap.

De herziening is voorbereid in de werkgroep Vennootschapsrecht

1 Ingesteld bij besluit van 10 september 1973. Niet-ambtelijke leden, prof. mr. W. C. L. van der Grinten, voorzitter, mr. T. Drion, mr. A. G. van Solinge, mr. W. Westbroek. Voorts heeft in de werkgroep zitting gehad wijlen mr. Y. Scholten.

en komt voor het overgrote deel overeen met het advies van de werkgroep. De richtlijnen dragen daarom het stempel van kritische toetsing uit rechtsgeleerd en praktisch oogpunt.

Voor de grote zorg die de leden van de werkgroep aan het omsmeden van de richtlijnen hebben besteed, ben ik hun zeer erkentelijk.

Regeling
Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-10-1998
BWB-id
BWBR0003881
Versie
1998-10-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl