wetzoeker

Artikel 45 Wet instelling provincie Flevoland

De overgang van ambtenaren en van rechten en verplichtingen naar de provincie

1 Het bevoegd gezag van de provincie stelt de in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet 1929 bedoelde voorschriften en bepalingen vast binnen twee jaren na de datum van instelling. Deze voorschriften en bepalingen vormen, voordat zij worden vastgesteld, onderwerp van georganiseerd overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren.

2 Ten aanzien van de ambtenaren die ingevolge het bepaalde in artikel 35, tweede lid, zijn overgegaan in dienst van de provincie zijn - onverminderd hetgeen overigens krachtens deze wet is bepaald - tot het tijdstip waarop de ingevolge het eerste lid vastgestelde voorschriften van kracht worden, de rechtspositieregelingen van toepassing, die voor hen golden op de dag voorafgaande aan de datum van instelling. Het bevoegd gezag van de provincie past de laatstbedoelde rechtspositievoorschriften, zoals deze nog gelden, aan algemene wijzigingen in de regeling der rechtspositie voor het rijkspersoneel aan.

3 Tot het tijdstip waarop de ingevolge het eerste lid vastgestelde voorschriften van kracht worden, zijn ten aanzien van andere dan in het tweede lid bedoelde in dienst van een nieuwe provincie zijnde ambtenaren van overeenkomstige toepassing de rechtspositievoorschriften welke golden voor de ambtenaren bedoeld in het tweede lid.

Regeling
Wet instelling provincie Flevoland
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBR0003816
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl